De ongemeen steile opgang van de staalprijzen was begin oktober voorbij. Er was zelfs sprake van een bescheiden daling. Maar op de korte termijn keren we niet terug naar de situatie van vóór 2021 stelt Matthias Dubaere van ons lid Dubaere Group.
Matthias Dubaere is operationeel leidinggevende van de twee sites van Dubaere in Meulebeke en Aalter. De onderneming levert staalproducten aan de grote betonfabrieken en de grote aannemers. Matthias staat in voor het dagdagelijkse operationele beleid: de planning, het beheer van de voorraden enzovoort. Als dusdanig heeft hij de explosie van de staalprijzen van dichtbij meegemaakt.
Matthias Dubaere: “De stijging was gigantisch. Van april tot eind juli gingen de prijzen van sommige staalproducten met 40 tot 50 % omhoog. Betonstaal op rollen zat op een bepaald moment aan € 1100 per ton. Vóór de prijsstijgingen was dat nog € 680, 690 per ton. In 35 jaar tijd hadden we nog nooit zoiets meegemaakt. Het was niet normaal, zelfs de staaltraders hadden dit niet voorzien. ”
Oorzaken
De oorzaken van de stijgingen hebben al uitgebreid in de vakpers gestaan. In het begin van de lente was het ergste van de coronacrisis voorbij. De vraag steeg snel terwijl de fabrikanten hun productie naar beneden bijgesteld hadden tijdens de crisis.
Matthias Dubaere: “Daarnaast was er China, dat een exportverbod van staalproducten oplegde en massaal schroot begon in te voeren. Bovendien werd er gespeculeerd. Sommige traders namen abnormaal grote posities in. Daar waar ze vroeger loten van pakweg 4000 ton kochten, legden ze nu stocks aan van 10 000 ton of meer.”
Stijging voorbij
Intussen is het effect van de speculatie afgezwakt en is de productie weer gestegen. Begin oktober was de prijs van betonstaal op rollen wat gezakt.
Matthias Dubaere: “De grote prijsstijgingen zijn voorbij. Maar ik verwacht dat de staalprijzen structureel hoog zullen blijven. De staalindustrie moet uitstootrechten kopen. Die zijn duurder geworden en de producenten rekenen dat door’ Ook energie is duurder geworden. Daarnaast staat de activiteit
in de bouw op een hoog peil, wat leidt tot een grote vraag naar staalproducten.”
“Ten slotte worden de Europese staalfabrikanten wat beschermd door Europa. De EU heeft invoerquota opgelegd, onder meer onder druk van de Verenigde Staten. Wanneer een invoerder deze quota overschrijdt, moet hij een fikse boete betalen. Iedereen wil dat vermijden en dat remt de import af.”
Wie betaalt?
De vraag die iedere aannemer stelde in de voorbije maanden was: wie draait op voor de prijsstijgingen?
Matthias Dubaere: “Uiteindelijk zal iedereen zijn prijsstijging doorrekenen in de waardeketen. Dat zal er jammer genoeg toe leiden dat de eindconsument meer zal betalen voor zijn of haar huis. Welk effect dit zal hebben op de vraag is nog onduidelijk. Maar de vrees zit er natuurlijk bij iedereen in dat de vraag hierdoor onderdrukt kan worden, omdat de consument het straks niet meer kan betalen.”
Politieke initiatieven
Valt er iets te doen tegen een structureel hoge staalprijs?
Matthias Dubaere: “Aan de onderliggende kostenstructuur van staal kun je niet zoveel veranderen. Die hangt af van macro-economische en politieke beweegredenen. Ik verwacht wel dat de vraag naar grote volumes in het eerste kwartaal van 2022 wat zal verminderen. Dat kan een effect hebben. Wat misschien kan helpen is een politiek signaal van Europa over de invoerquota. Die hebben de Europese staalproducenten beschermd maar de eindconsument is daar de dupe van. Mocht de import weer gestimuleerd worden, dan zou de concurrentie toenemen, wat tot een prijsdaling kan leiden.”
Bron: Bouwbedrijf

